Tips voor mama’s met een bange peuter

Je kamerdeur gaat open en even later hoor je een klein stemmetje in je oor. ‘Mama, ik kan niet slapen’. ‘Waarom kun je dan niet slapen lieverd?’ ‘Er zit een monster in mijn kast…’

Nee, dit is geen scène uit Monsters Inc. Dit gebeurt de meeste moeders weleens. Het ene kind is nu eenmaal sneller bang dan de ander en de een reageert ook wat heftiger dan de ander. Baby’s kunnen last hebben van verlatingsangst en kinderen op de basisschool zijn weer bang dat er oorlog komt. Alle kinderen zijn soms bang en dat is heel normaal. Het is soms lastig, maar het waarschuwt je kind wel voor gevaar. Bijvoorbeeld dat ze niet in een hoge boom moeten klimmen en dat je een hond niet zomaar moet aaien, want hij kan bijten.

Leg dingen uit

Het is belangrijk dat je goed omgaat met angst bij een peuter. Je peuter leert net dat hij invloed op dingen uit kan oefenen, maar snappen doet hij het nog niet echt. Daarom is het belangrijk dat je dingen uitlegt, zoals onweer, vuurwerk en een laag overkomend vliegtuig. Na een tijdje zal hij ze gaan herkennen en wordt de schrikreactie minder.

Maar wat doe je als je dreumes bang is voor het monster in zijn kast? Fantasie is schattig, maar het is lastig om er tegenop te boksen. Spoken, heksen, monsters, zombies… Als Sinterklaas bestaat, waarom zij dan niet? Vertel dus voor het slapen gaan geen verhaaltjes over fantasiefiguren, want je kind kan geen onderscheid maken tussen fantasie en de werkelijkheid. Hij gelooft namelijk dat de Grote Vriendelijke Reus hem komt halen zodra jij de deur uit bent. Zeggen dat het niet bestaat werkt niet, dus moet je het creatief aanpakken. Zoek samen naar de heks, jaag haar weg of geef je kind een voorwerp waar de heks bang voor is. Als het raam dicht is kan de GVR er toch helemaal niet bij! Bang voor een spook? Laat een klein lampje aan. Want we weten toch allemaal dat spoken een hekel hebben aan licht? 😉

Ontdekken

Laat je kind ook dingen ontdekken, zoals de stofzuiger en het opnemen van de telefoon. Je kind moet jou daarin kunnen vertrouwen. Als jij zegt dat het goed is, is het ook echt goed. Plaag hem daarom ook nooit met een angst! Dan wordt het alleen maar erger. Stimuleer zelfstandigheid, laat hem naar de winkel gaan (je blijft natuurlijk wel in de buurt) en leg niet teveel nadruk op angst. Als je kind het hondje van de buurvrouw niet wil aaien, zorg dan dat hij er toch in de buurt is en aai het hondje zelf wel. Besteed vooral niet teveel aandacht aan de angst.

Wat je vooral niet moet doen, is zeggen dat je kind zich aanstelt. Als je de angst af doet als onzin laat je het kind alleen met zijn angsten. Word ook vooral niet boos, want dan krijg je alleen maar meer spanning. Dwing je kind niet om iets toch te doen. Durft je kind niet in het water, dan gooi je hem er niet toch in. Daar schiet je niets mee op.

Blijf zelf rustig

Ga je kind ook niet overdreven geruststellen, dan gaat hij denken dat er echt iets aan de hand is. Doen alsof je zelf nooit bang bent helpt ook niet. Zeggen dat een prik niet zeer doet terwijl je zelf weet dat je het echt wel voelt is niet eerlijk. Dingen waar je kind bang voor is vermijden heeft ook geen zin. Je moet niet bang zijn voor een trauma, want zo krijg je weer vermijdingsgedrag. En vermijden is juist een van de grootste bronnen van angst. Als je kind niet weet hoe honden zijn, kan hij ook niet over zijn angst heenkomen. Praat daarom vooral met je kind over angst. Stel hem gerust en laat zien dat er helemaal niets is om bang voor te zijn.

 

 

 

By | 2017-06-16T16:18:23+00:00 juni 16th, 2017|Categories: Nieuws|Tags: , , , |0 Comments

About the Author:

Leave A Comment